Adviesrecht (5)

Ja, de OR heeft adviesrecht bij de benoeming van de bestuurder. Dit adviesrecht is niet in artikel 25 geregeld, maar in artikel 30 WOR. Dat betekent dat een paar dingen anders zijn geregeld dan bij het ‘normale’ adviesrecht zoals dat in artikel 25 staat. Nadat het besluit schriftelijk is meegedeeld aan de OR, hoeft de ondernemer geen opschortingstermijn in acht te nemen als zijn besluit niet overeenkomt met het OR-advies. De OR kan ook niet in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer.

Wat wel hetzelfde is, is dat de ondernemer na het advies van de OR een besluit kan nemen. De OR moet ook bij de benoeming of ontslag van de bestuurder om advies worden gevraagd op een zodanig tijdstip, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het besluit. De invloed is “wezenlijk” als de OR bijvoorbeeld kan adviseren over bijvoorbeeld de profielschets van de nieuwe bestuurder en over meerdere kandidaten. Ook een gesprek met minimaal twee van de laatst overgebleven kandidaten is wezenlijk. Als de OR wordt gepasseerd dan kan de OR naar de bedrijfscommissie stappen voor bemiddeling en advies. U kunt ook rechtstreeks naar de kantonrechter voor een beslissing over het alsnog voorleggen van een adviesaanvraag aan de OR.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over wetgeving volg dan de Basiscursus (W)OR.

Er zijn regelmatig discussies tussen OR en bestuurder of de OR adviesrecht
heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval of er sprake is van een belangrijk voorgenomen besluit.
Wanneer is een besluit belangrijk? Dat is de vraag. Als het besluiten zijn die regelmatig
worden genomen en die tot de normale gang van zaken behoren, dan is het
besluit niet belangrijk. Besluiten die direct of indirect gevolgen hebben voor
het personeel zijn vaak wel belangrijk. Als een besluit bijzondere bedrijfsorganisatorische
of financieel-economische gevolgen heeft, is het ook al
gauw belangrijk. Per situatie kan de belangrijkheid verschillen. De omvang
van de personele gevolgen op een kleine afdeling kunnen enorm zijn, terwijl
de volgende keer zo’n besluit op een andere vestiging verwaarloosbaar is.
Komt u er met uw bestuurder niet uit, bel dan een telefonische hulplijn (085 0432268) voor
advies.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over wetgeving volg dan de Basiscursus (W)OR.

CategorieAdviesrecht

Deze situatie doet zich regelmatig voor. De bestuurder vraagt geen advies aan, terwijl de ondernemingsraad het wel verwacht. Het doel van het adviesrecht is om invloed uit te oefenen op momenten dat
er nog geen besluiten zijn genomen. Hoe eerder de OR het onderwerp kan
bespreken met de bestuurder, des te meer invloed de OR uit kan oefenen.
Zorg dat uw OR afspraken maakt met de bestuurder over de overlegprocedure.
Spreek af hoe en wanneer u op de voorstellen gaat reageren en welke
informatie u nodig hebt. Is er sprake van geheimhouding?

Meer vragen en antwoorden over advies vragen vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over wetgeving volg dan de Basiscursus (W)OR.

CategorieAdviesrecht

Als het advies van uw OR niet of niet geheel door de bestuurder wordt opgevolgd kan de OR het volgende doen:

De OR kijkt of de bestuurder heeft meegedeeld waarom van het advies is afgeweken. Is de OR het niet eens met de argumentatie, dan begint er voor de bestuurder een opschortingstermijn van één maand te lopen, gerekend vanaf de dag waarop het besluit schriftelijk aan de OR is meege­deeld. De betekenis van deze termijn is, dat de OR zich kan beraden over het instellen van een beroeps­procedure bij de Onder­ne­mingskamer van het ge­rechtshof te Amsterdam.

Daarnaast heeft de OR de mogelijkheid om een ‘kort geding’-procedure bij de president van het Gerechts­hof aanhangig te maken als de zaak heel veel haast heeft. Het is handig om dit met een advocaat te bespreken.

Het beroepsrecht heeft uitsluitend betrekking op belang­rijke financieel-economische en technisch-organisatorische besluiten, die de belangen van de gezamen­lij­ke werkne­mers of groepen van hen raken (dus niet voor indivi­duele werknemers). Van een uitspraak van de Ondernemingskamer staat uitslui­tend beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen twee maanden na de uitspraak.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over wetgeving volg dan de Basiscursus (W)OR.

CategorieAdviesrecht

In artikel 25.1 uit de WOR staan de onderwerpen waarover de OR adviesrecht heeft. Dat zijn:

–     overdracht zeggenschap van (een deel van) de onderneming

–          het overnemen of afstoten van de zeggenschap over een andere onderneming

–          beëindiging van onderdelen van de onderneming

–          belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden van de onderneming

–          belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming of de verdeling van de bevoegdheden binnen de onderneming

–          wijziging van de locatie

–          het groepsgewijs werven of inlenen van werknemers

–          een belangrijke investering

–          het aantrekken of verstrekken van een belangrijk krediet

–          invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Als u meer wilt weten over het adviesrecht volg dan de Basiscursus (W)OR van OR Academy. Meer informatie over deze cursus vindt u hier.

CategorieAdviesrecht

Bestuurder en OR (4)

Ja, de OR heeft adviesrecht bij de benoeming van de bestuurder. Dit adviesrecht is niet in artikel 25 geregeld, maar in artikel 30 WOR. Dat betekent dat een paar dingen anders zijn geregeld dan bij het ‘normale’ adviesrecht zoals dat in artikel 25 staat. Nadat het besluit schriftelijk is meegedeeld aan de OR, hoeft de ondernemer geen opschortingstermijn in acht te nemen als zijn besluit niet overeenkomt met het OR-advies. De OR kan ook niet in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer.

Wat wel hetzelfde is, is dat de ondernemer na het advies van de OR een besluit kan nemen. De OR moet ook bij de benoeming of ontslag van de bestuurder om advies worden gevraagd op een zodanig tijdstip, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het besluit. De invloed is “wezenlijk” als de OR bijvoorbeeld kan adviseren over bijvoorbeeld de profielschets van de nieuwe bestuurder en over meerdere kandidaten. Ook een gesprek met minimaal twee van de laatst overgebleven kandidaten is wezenlijk. Als de OR wordt gepasseerd dan kan de OR naar de bedrijfscommissie stappen voor bemiddeling en advies. U kunt ook rechtstreeks naar de kantonrechter voor een beslissing over het alsnog voorleggen van een adviesaanvraag aan de OR.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over wetgeving volg dan de Basiscursus (W)OR.

Een ondernemingsovereenkomst (art.32.2) is een overeenkomst tussen bestuurder en OR waarin aan de OR meer bevoegdheden zijn toegekend dan in de wet zijn opgenomen. De overeenkomst kan niet de wettelijke rechten en bevoegdheden van de OR verminderen. Over de duur van de overeenkomst kunnen OR en bestuurder afspraken maken. Is er niks afgesproken, dan is de overeenkomst voor onbepaalde tijd. De overeenkomst kan niet eenzijdig worden aangepast. In een ondernemingsovereenkomst kunt u over veel onderwerpen afspraken maken. Van belang is wel dat er meer bevoegdheden worden toegekend aan de OR dan in de wet zijn opgenomen. Om u een idee te geven volgen hieronder voorbeelden:

  • voorbereiding van de agenda voor de overlegvergadering
  • gang van zaken in de overlegvergadering
  • de wijze van verslaglegging
  • de wijze van communiceren in de overlegvergadering en daarbuiten
  • wijze en tijdstip van informatieverstrekking aan de OR
  • betrokkenheid van de OR in de beleidscyclus
  • aantal scholingsdagen voor de OR en voor de commissies
  • tijdsbesteding voor de OR en voor de commissies
  • aanstelling van een ambtelijk secretaris
  • het stimuleren van goede medezeggenschap in de organisatie
  • faciliteiten en voorzieningen voor de OR en de commissies
  • budgetafspraken
  • afspraken over uren voor onderling beraad van de OR en de commissies
  • afspraken over de OR-bevoegdheden bij arbeidsvoorwaarden
  • uitbreiding van het instemmingsrecht
  • uitbreiding van het adviesrecht

Wilt u hulp bij het maken van een ondernemingsovereenkomst? Dat is mogelijk onze adviseurs kunnen u begeleiden en adviseren. Kijk hier naar de mogelijkheden. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Het overleg OR en bestuurder levert vaak vragen op. Hoe vaak zit u om de tafel met de bestuurder? Dit verschilt per OR. Bestuurder en OR komen bij elkaar als een van beide partijen daar om vraagt. Gemiddeld overleggen OR en bestuurder zo’n zeven keer per jaar. De OR en bestuurder hebben minimaal twee keer per jaar een overleg over de algemene gang van zaken van de organisatie (Artikel 24-overleg). Het overleg vindt zo veel mogelijk plaats tijdens werktijd. Als er een forse reorganisatie aankomt, dan zullen OR en bestuurder vaker om de tafel zitten dan wanneer er niets in de onderneming verandert. Beide partijen komen binnen twee weken bijeen als een partij daarom vraagt (art.23 WOR). Het is wel van belang om de reden te vermelden als er snel een overleg moet komen. Als hier onenigheid over ontstaat, kunt u de bedrijfscommissie  vragen om te adviseren en/of te bemiddelen. U kunt ook naar de kantonrechter om te vragen of hij hierover een uitspraak wil doen.

Als u tips wilt over het voorbereiden van het overleg. kijk dan eens naar deze handige checklist. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Het voorzitten van de Overlegvergadering is niet tot in de detail in de WOR geregeld. De bestuurder en de OR maken een samen een regeling voor het voorzitterschap van de Overlegvergadering. U kunt alles afspreken: OR en bestuurder kunnen ieder een periode de vergadering voorzitten, maar u kunt ook een onafhankelijke voorzitter van buiten vragen. Als u niet tot overeenstemming komt, leidt de bestuurder of de (vice)voorzitter van de OR beurtelings de Overlegvergadering.

Meer vragen vindt u in het boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Wilt u meer weten over voorzitten volg dan de Training Effectief vergaderen.

Communicatie achterban (3)

De OR kan een keuze maken waar, wat, wanneer, waarom en hoe hij wil
communiceren met (een deel van) de achterban. Bedenk dat mondelinge
communicatie meestal effectiever is dan schriftelijke communicatie. Mondeling
contact ervaren mensen als persoonlijker, directer en meer uitnodigend.
Schriftelijke communicatie is meer het vastleggen van de boodschap.
Het kan worden nagelezen. Om beter zicht te krijgen op de inzet van mondelinge
en/of schriftelijke middelen is overleg met mensen uit de doelgroep
belangrijk. Laat ze mee oordelen over de haalbaarheid en effectiviteit ervan.
Vraag bijvoorbeeld of zij de OR-nieuwsbrief lezen of niet.
Om te communiceren met (een deel van) de achterban zijn er allerlei communicatiemiddelen
mogelijk. Hieronder volgen enkele voorbeelden:
• Mondeling: achterbanbijeenkomst, spreekuur, wandelgangen, netwerk
met contactpersonen, afdeling- of vestigingsbezoek, werkoverleg, bezoeken
bijeenkomst nieuwe medewerkers, ludieke acties, werklunches,
videopresentatie.
• Schriftelijk: notulen van de overlegvergadering, OR-nieuwsbrief, personeelsblad,
OR-jaarverslag, e-mail, introductieboekje, folder, twitter,
een blog, een bijdrage aan bedrijfskabelkrant, enquête, intranet.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het Praktijkboek ‘OR en achterbancommunicatie. Meer over de communicatie met de achterban krijgt u tijdens de cursus OR en achterbancommunicatie.

De OR is zelf verantwoordelijk voor de communicatie naar zijn achterban en heeft voor eigen publicaties geen voorafgaande toestemming nodig van de bestuurder. Het maakt niet uit wat voor een communicatie het is. De ondernemingsraad moet wel rekening houden met artikel 20 van de Wet op de ondernemingsraad. Dat gaat over zaken waarvan de OR “het vertrouwelijke karakter” dient te begrijpen. Wat er op neerkomt dat de OR in zijn publicaties naar de achterban geen vertrouwelijke informatie over personen en bedrijfsgevoelige informatie zet. De bestuurder kan achteraf de OR er op aanspreken als hij vindt dat informatie uit het OR-bericht rectificatie behoeft. Dit betekent niet dat de OR aan dat verzoek zonder meer gehoor dient te geven. Als dit echter vaak voorkomt zou dit kunnen betekenen dat er iets schort aan de communicatie tussen OR en bestuurder. Het is dan verstandig om hierover afspraken te maken.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden’. Meer over de communicatie met de achterban krijgt u tijdens de cursus OR en achterbancommunicatie.

Ja, uw OR moet een jaarverslag schrijven (artikel 14 WOR). Dit is een verslag met de beschrijving van de werkzaamheden van de OR van de afgelopen periode. Deze periode hoeft niet een kalenderjaar te zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook een zittingsjaar zijn. Dit jaarverslag is openbaar. Stuur het in ieder geval naar uw achterban, de bestuurder en de bedrijfscommissie, zodat zij op de hoogte zijn van de werkzaamheden van de OR. Als u wilt leren een jaarverslag te maken volg dan de cursus OR-jaarverslag van OR Academy.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden

Instemmingsrecht (2)

Een instemmingsprocedure bestaat uit verschillende stappen:

  1. De ondernemer wil overgaan tot vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling uit artikel 27 van de WOR.
  2. De ondernemer stuurt het voorgenomen besluit (schriftelijk) aan de OR op. In het besluit staan de beweegredenen voor het voorgenomen besluit en de mogelijke gevolgen voor de werknemers uit de organisatie.
  3. De OR bekijkt het voorgenomen besluit. De OR kan advies inwinnen bij deskundigen om het besluit beter te kunnen beoordelen.
  4. De OR bespreekt minimaal één keer het voorgenomen besluit.
  5. Het is vaak nuttig de achterban te raadplegen. De OR geeft vervolgens wel/geen instemming. Zolang de OR geen instemming heeft gegeven, kan de ondernemer de regeling niet wijzigen of intrekken.
  6. Als er geen instemming van de OR is, kan de bestuurder zijn voorstel aanpassen en opnieuw voorleggen aan de OR of naar de kantonrechter gaan.
  7. Bij de rechtbank kunnen OR of ondernemer in beroep gaan.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. We hebben voor u overzichtelijk de stappen van de instemmingsprocedure op een rij gezet. Klik hier voor een stappenplan.

Uw OR heeft instemmingsrecht. Dit is een sterk recht bij onderwerpen die te maken hebben met belangrijke veranderingen van de arbeidsvoorwaarden en veranderingen van de arbeidsomstandigheden. Ze hebben betrekking op regelingen of systemen en ze staan opgesomd in artikel 27.1 van de WOR. Dat zijn:

–          regeling voor pensioen, winstdeling of een spaarregeling

–          regelingen voor werktijden, vakantie, arbeidsomstandigheden, personeelsopleidingen

–          beloning- of functioneringssysteem

–          regels voor veiligheid en gezondheid van werknemers

–          het aanstellen, bevorderen of ontslaan van medewerkers

–          de registratie van, omgang met en bescherming van persoonsgegevens

–          personeelsbeoordeling

–          regels omtrent klachtenbehandeling

–          personeelsvolg- of registratiesystemen

–          regelingen voor ziekteverzuim.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Als u meer wilt weten over het instemmingsrecht, volg dan de Basiscursus (W)OR van OR Academy.

OR Academy (7)

U krijgt na afloop van de cursus een email met daarin een link naar OR Select. OR Select is een database waar u praktische informatie, checklisten, modelbrieven en modellen kunt vinden. OR Academy geeft u een gratis abonnement van 6 maanden. Daarna stopt het abonnement automatisch. OR Select is niet van OR Academy, maar van Performa. Als u een abonnement wilt verlengen dan kunt u dat met Performa regelen. Zij zullen u een aanbod doen na afloop van het gratis abonnement.

CategorieOR Academy

De tarieven van OR Academy zijn in principe met btw. OR Academy heeft een CRKBO-erkenning en kan daarom ook zonder btw factureren. Dat heeft alleen zin als u de btw niet kunt terugvorderen bij de Belastingdienst.

CategorieOR Academy

Sinds de invoering van de AVG let OR Academy nog beter op de persoonsgegevens van zijn klanten. U kunt op de website lezen hoe wij met de privacy omgaan. Lees ons Privacy statement. Als iets over ons privacyreglement niet duidelijk is, kunt u ons telefonisch bereiken op nummer 085 0432268.

CategorieOR Academy

Ja dat kan tot 4 weken voor aanvang van de cursus. Annuleert u binnen die tijd dan zijn er wel kosten aan verbonden. U kunt wel een vervanger sturen. Dat kost niets. Als u annuleert dan moet u dat schriftelijk doen. Het is voor iedereen dan duidelijk dat u niet mee doet. Meer over annuleren vindt u in onze algemene voorwaarden.

CategorieOR Academy

OR Academy heeft net zoals de meeste opleidingsinstituten geen eigen cursuslocatie. We kunnen daarom in heel Nederland geschikte locaties huren waar we onze trainingen geven. We zitten meestal in Amersfoort, Eindhoven, Zwolle en Utrecht. De locaties zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer en met de auto. Bij onze trainingen staat in welke plaats de cursus wordt gehouden.

CategorieOR Academy

OR Academy kan u op verschillende manieren helpen. We bieden trainingen als u iets wilt leren. We bieden daarnaast ook advies en begeleiding. Dat kunnen we op verschillende manieren invullen. We kunnen bijvoorbeeld een adviesaanvraag beoordelen, maar ook de vergadering bijwonen en feedback geven. Neem contact met ons op en we bespreken de mogelijkheden (085 – 0432268). We hebben 20 specialisten, zodat we op bijna iedere vraag een antwoord hebben.

CategorieOR Academy

Ja, dat kan. OR Academy kan de trainingen op de website op maat maken. U bepaalt dan het programma, de cursustijden, de datum en de locatie. Neem contact met ons op en we bespreken de mogelijkheden (085 – 0432268).

Meer informatie vindt u hier.

CategorieOR Academy

OR intern (8)

Als u als voorzitter begint dan wilt u weten wat uw taken zijn. Er is in de Wet op de ondernemingsraden weinig geregeld over de taken van de voorzitter. In artikel 7 van de WOR is nog wel te lezen dat een voorzitter of zijn plaatsvervanger de ondernemingsraad in gerechtelijke procedures vertegenwoordigt. Verder zit de voorzitter om de beurt met de bestuurder de Overlegvergadering voor. Het is logisch dat u als voorzitter ook de OR-vergaderingen voorzit. Meer zult u in de WOR over voorzitten niet vinden. De OR kan zelf allerlei bepalingen en taken van de voorzitter in het OR-reglement opnemen. Als u daar niet uitkomt of u wilt weten hoe andere voorzitters dit geregeld hebben dan kunt u een cursus voor voorzitters volgen. Daar doet u genoeg kennis en ideeën op om uw werk als voorzitter goed in te vullen.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

 

Veel ondernemingsraden denken dat zij toestemming van hun bestuurder moeten hebben om op cursus te mogen gaan. Maar u heeft hiervoor helemaal geen toestemming nodig! Veel bestuurders doen alsof u wél hun toestemming nodig heeft, omdat zij de scholing moeten betalen. In artikel 18 van de WOR is het scholingsrecht geregeld. U hebt recht op minimaal 5 scholingsdagen per jaar. In artikel 22 WOR is geregeld dat de bestuurder de kosten draagt die de ondernemingsraad redelijkerwijs nodig heeft voor zijn functioneren. Hieronder vallen ook de kosten van scholing. Verder is vastgelegd dat u onder werktijd geschoold wordt en hiervoor dus geen vrije dagen hoeft op te nemen. U hebt dus geen toestemming nodig, maar het is wel goed om af te stemmen dat u op scholing gaat. Collega’s moeten misschien uw werk overnemen als u op scholing bent gegaan en de bestuurder wil natuurlijk weten wat hij moet betalen.

Meer weten over scholingen. Kijk eens naar ons cursusoverzicht. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

 

CategorieOR intern

Het kan soms handig zijn om de zittingstermijn OR te verlengen, maar de zittende OR kan dat niet doen. Artikel 12 Wor geeft de keuze uit verschillende zittingstermijnen. Voorafgaand aan de algemene OR-verkiezingen moet de keuze van twee, drie of vier jaar in het OR-reglement opgenomen staan. Dat betekent dat een zittende OR alleen voor een volgende OR de zittingstermijn OR kan wijzigen. In uitzonderlijke situaties als een fusie of ingrijpende reorganisatie is het te rechtvaardigen dat de ondernemingsraad langer blijft zitten. Dit moet de ondernemingsraad wel schriftelijk regelen. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn dat de verlenging van beperkte duur is (ten hoogste zes maanden) en de belanghebbenden bij de OR-verkiezingen geen bezwaar hebben.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘. Meer over de WOR hoort u tijdens de Basiscursus (W)OR.

CategorieOR intern

Ja, uw OR moet een jaarverslag schrijven (artikel 14 WOR). Dit is een verslag met de beschrijving van de werkzaamheden van de OR van de afgelopen periode. Deze periode hoeft niet een kalenderjaar te zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook een zittingsjaar zijn. Dit jaarverslag is openbaar. Stuur het in ieder geval naar uw achterban, de bestuurder en de bedrijfscommissie, zodat zij op de hoogte zijn van de werkzaamheden van de OR. Als u wilt leren een jaarverslag te maken volg dan de cursus OR-jaarverslag van OR Academy.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden

In een OR reglement staan onderwerpen die door de wet aan de OR zijn opgedragen of overgelaten. Het heeft voornamelijk een huishoudelijk karakter. Dat geeft de ondernemingsraad de ruimte om zelf artikelen in het  reglement te zetten. Sommige onderwerpen zijn wel verplicht:

          de kandidaatstelling bij OR-verkiezingen (art.10)

          de OR-verkiezingen (art.10)

          de invulling van tussentijdse vacatures (art.10)

          de werkwijze van de OR (art.14). De taken van de secretaris en het regelen van de vergaderingen vallen hier bijvoorbeeld onder.

In de WOR staan ook onderwerpen die een OR kan regelen. Deze onderwerpen zijn niet verplicht. Dat zijn: het instellen van kiesgroepen (art.9.3) en een afwijkende zittingstermijn van de OR-leden (art.12.2). Als uw OR commissies instelt, dan wordt dat in een instellingsbesluit opgenomen als bijlage bij het reglement. Een voorbeeld van een or reglement vindt u hier.

In OR reglement staan geen afspraken tussen de bestuurder en de OR. Dus bijvoorbeeld afspraken over extra bevoegdheden staan niet in een reglement, maar in een ondernemingsovereenkomst van bestuurder en OR.

 

Ja, een OR-reglement is verplicht (art. 8.1). Zo’n reglement is het huishoudelijk reglement van de OR. Er staan alleen onderwerpen in die de OR aangaan. De OR bepaalt in hoofdlijnen zelf de inhoud van het reglement. Er zijn wel een aantal onderwerpen die niet mogen ontbreken, zoals de OR-verkiezingen.

Zoals al eerder aangegeven heeft de bestuurder geen zeggenschap over het OR-reglement. De OR geeft de bestuurder wel de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken. Vervolgens stelt de OR het reglement vast. Bij meerdere medezeggenschapsorganen bepaalt iedere OR de inhoud van zijn eigen reglement. U vindt een voorbeeldreglement voor de medezeggenschapsorganen van de overheid en een van de overige sectoren op de website van de SER (www.ser.nl/publicaties/) en bij het CAOP (voor de overheid). De SER heeft ook een leidraad voor een PVT. Meer hierover vindt u op de website van de SER.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Nee. De OR mag gewoon doorwerken tot het einde van de zittingstermijn. Dan houdt de OR van rechtswege op te bestaan, tenzij de werkgever hem vrijwillig in stand houdt. Ook de grootte van een OR kan niet tussentijds gewijzigd worden: stijging of daling van het aantal werknemers heeft pas invloed na afloop van de zittingsperiode. Overigens heeft niet elke overschrijding van de getalsgrens meteen gevolgen; er moet sprake zijn van structurele groei of krimp van de onderneming.

Als er een wijziging in aantal zetels nodig is, moet wel vóór de eerstvolgende verkiezingen het reglement worden aangepast.

CategorieOR intern

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) schrijft het aantal OR leden exact voor in artikel 6.1. De grootte van de OR is gerelateerd aan het aantal in de organisatie werkzame personen:

50 of minder     3 leden

50-100              5 leden

100-200            7 leden

200-400            9 leden

400-600            11 leden

600-1000           13 leden

1000-2000         15 leden

En zo bij elke duizend personen meer twee or leden extra, tot een maximum van 25  or leden. Afwijken van deze wettelijke standaard kan alleen in bijzondere omstandigheden.

Een PVT telt tenminste 3 leden.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden

CategorieOR intern

Overlegrecht en informatierecht (3)

Moet de bestuurder informatie geven? Het levert vaak discussie op als de bestuurder geen informatie geeft. De OR heeft immers informatie nodig om een goede afweging te kunnen maken. Als de bestuurder geen informatie wil geven, kan uw OR duidelijk maken waarom de gegevens nodig zijn. De OR bepaalt zelf welke informatie hij nodig heeft voor een goed advies. Als u de bestuurder niet kunt overtuigen, kunt u wijzen op geheimhouding. De informatie mag dan gedurende een periode niet openbaar gemaakt worden. Dat maakt het voor bestuurders makkelijker om informatie met de OR te delen.  Een andere situatie is dat de bestuurder lang niet alle informatie heeft die de OR vraagt. Misschien moet u naar andere bronnen op zoek.

Als de bestuurder wel informatie heeft, maar die niet geeft, kan de bedrijfscommissie ingeschakeld worden om te bemiddelen en te adviseren. U kunt ook direct de kantonrechter inschakelen.

Wilt u meer weten over het informatierecht? We zetten voor u in een praktisch artikel 11 aandachtspunten op een rij. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Het initiatiefrecht van de OR wordt meer gebruikt dan u denkt. Voor sommige OR-en is het gebruikelijk om regelmatig initiatief te nemen. Zij schrijven een initiatiefvoorstel. Anderen geven wel hun ideeën en doen voorstellen. De OR die weinig eigen ideeën heeft komt niet met voorstellen en zal vooral reageren op de plannen van de bestuurder. Het kan ook anders. U kunt zoek gaan naar onderwerpen. U vindt ze in beleidsplannen, MT-verslagen, een benchmark, in een enquête onder de achterban of in OR-bladen. Vervolgens bepaalt u welk onderwerp de hoogste prioriteit heeft. Is OR-initiatief noodzakelijk? Zo ja, zet uw argumenten op een rij. Maak van uw initiatiefvoorstel niet een dichtgetimmerd stuk. Als de bestuurder zich voor het blok gezet voelt, volgt meestal een afwijzing en is het werk van de OR voor niks geweest. Zorg dat de bestuurder het probleem onderkent en dat hij het goed vindt dat de OR ermee aan de slag gaat. Kijk vervolgens waar de ruimte zit. Wat is er mogelijk?

 Een uitgewerkt initiatiefvoorstel kan de volgende opbouw hebben:

  • inleiding waarin u de aanleiding van het initiatiefvoorstel schrijft
  • de wettelijke grondslag
  • het voorstel van de OR
  • eventuele relatie met (toekomstige) advies- en instemmingsaanvragen
  • toetsingscriteria voor de OR bij het realiseren van het initiatief
  • voorstel om het voorstel te bespreken.

Meer over het initiatiefrecht vindt u in het artikel op de website. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Het artikel 24 overleg is een erg belangrijk overleg voor de OR. In artikel 24.1 van de WOR staat dat de OR twee keer per jaar overlegt over de algemene gang van zaken. De bestuurder geeft aan welke richting de organisatie uitgaat en welke besluiten te verwachten zijn. U weet wat u de komende periode kunt verwachten, zodat u tijdig kunt inspelen op de ontwikkelingen in uw organisatie. U kunt zo proactief opereren. Bij het artikel 24 overleg is ook een vertegenwoordiging van de raad van commissarissen, raad van toezicht of bestuur aanwezig. Het is ook verstandig om te horen hoe het toezichthoudend orgaan tegen de ontwikkelingen aankijkt. Let op dat de toezichthouder een uitnodiging krijgt.

Wilt u meer weten wat u allemaal kan met het Artikel 24-overleg? Lees dan ons artikel. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

 

Werkwijze ondernemingsraad (4)

Als u als voorzitter begint dan wilt u weten wat uw taken zijn. Er is in de Wet op de ondernemingsraden weinig geregeld over de taken van de voorzitter. In artikel 7 van de WOR is nog wel te lezen dat een voorzitter of zijn plaatsvervanger de ondernemingsraad in gerechtelijke procedures vertegenwoordigt. Verder zit de voorzitter om de beurt met de bestuurder de Overlegvergadering voor. Het is logisch dat u als voorzitter ook de OR-vergaderingen voorzit. Meer zult u in de WOR over voorzitten niet vinden. De OR kan zelf allerlei bepalingen en taken van de voorzitter in het OR-reglement opnemen. Als u daar niet uitkomt of u wilt weten hoe andere voorzitters dit geregeld hebben dan kunt u een cursus voor voorzitters volgen. Daar doet u genoeg kennis en ideeën op om uw werk als voorzitter goed in te vullen.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

 

Steeds vaker verdwijnen vaste werkplekken. Ook de OR kan hiermee te maken krijgen. In artikel 17 van de WOR staat dat u OR recht heeft op faciliteiten. U kunt gebruik maken van de aanwezige voorzieningen die voor het OR-werk nodig zijn. Dat is bijvoorbeeld een vergaderruimte, een eigen kast, bureau, het gebruik van een PC en printer. Deze voorzieningen moeten door de bestuurder ter beschikking worden gesteld aan de ondernemingsraad. In iedere organisatie zijn werkplekken aanwezig, zodat een OR kamer mogelijk moet zijn. Probeer met de bestuurder afspraken te maken om de vaste OR-kamer te behouden. Geef bij de bestuurder aan waarom een eigen kamer noodzakelijk is voor de ondernemingsraad. Misschien moet u intern verhuizen of moet er ergens een wandje geplaatst worden, maar dan kunt u rustig blijven werken met de OR.

Meer weten over de wet en regelgeving? Volg de Basiscursus (W)OR. Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

In een OR reglement staan onderwerpen die door de wet aan de OR zijn opgedragen of overgelaten. Het heeft voornamelijk een huishoudelijk karakter. Dat geeft de ondernemingsraad de ruimte om zelf artikelen in het  reglement te zetten. Sommige onderwerpen zijn wel verplicht:

          de kandidaatstelling bij OR-verkiezingen (art.10)

          de OR-verkiezingen (art.10)

          de invulling van tussentijdse vacatures (art.10)

          de werkwijze van de OR (art.14). De taken van de secretaris en het regelen van de vergaderingen vallen hier bijvoorbeeld onder.

In de WOR staan ook onderwerpen die een OR kan regelen. Deze onderwerpen zijn niet verplicht. Dat zijn: het instellen van kiesgroepen (art.9.3) en een afwijkende zittingstermijn van de OR-leden (art.12.2). Als uw OR commissies instelt, dan wordt dat in een instellingsbesluit opgenomen als bijlage bij het reglement. Een voorbeeld van een or reglement vindt u hier.

In OR reglement staan geen afspraken tussen de bestuurder en de OR. Dus bijvoorbeeld afspraken over extra bevoegdheden staan niet in een reglement, maar in een ondernemingsovereenkomst van bestuurder en OR.

 

Ja, een OR-reglement is verplicht (art. 8.1). Zo’n reglement is het huishoudelijk reglement van de OR. Er staan alleen onderwerpen in die de OR aangaan. De OR bepaalt in hoofdlijnen zelf de inhoud van het reglement. Er zijn wel een aantal onderwerpen die niet mogen ontbreken, zoals de OR-verkiezingen.

Zoals al eerder aangegeven heeft de bestuurder geen zeggenschap over het OR-reglement. De OR geeft de bestuurder wel de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken. Vervolgens stelt de OR het reglement vast. Bij meerdere medezeggenschapsorganen bepaalt iedere OR de inhoud van zijn eigen reglement. U vindt een voorbeeldreglement voor de medezeggenschapsorganen van de overheid en een van de overige sectoren op de website van de SER (www.ser.nl/publicaties/) en bij het CAOP (voor de overheid). De SER heeft ook een leidraad voor een PVT. Meer hierover vindt u op de website van de SER.

Meer vragen en antwoorden vindt u in het praktische boek ‘De OR in 153 vragen & antwoorden‘.

Load More

Beloftes

Onze beloftes

  • goede prijs
  • vooraf persoonlijke intake
  • kleine groepen
  • niet goed geld terug!
  • een half jaar gratis nazorg
Contact

Contact

Direct contact met onze experts
085 - 0432268

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor de gratis nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws over de OR Academy per mail.