Alle berichten van Wanne van den Bijllaardt

Aandachtspunten voor thuiswerken

Er zijn al organisaties die het thuiswerken in de toekomst het ‘nieuwe normaal’ vinden. Hoog tijd dat de OR zich over dit onderwerp buigt. U hebt op grond van de Arbowet een belangrijke rol. Toch is de term thuiswerken of telewerken niet terug te vinden in de Arbowet. In Artikel 1 lid 3 sub g Arbowet staat arbeidsplaats gedefinieerd als “iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt”. Dit is een breed begrip, waaronder ook de thuiswerkplek van de werknemer kan vallen. Gevolg hiervan is dat de verplichtingen uit de Arbowet en de daarop gebaseerde regelingen (in beginsel) ook gelden voor thuiswerkplaatsen.

Rol van de OR

Als OR kunt u aan de slag met thuiswerken. U kunt letten op de Arbo aspecten, maar thuiswerken is meer dan alleen arbo. Wat kunt u zoal doen? We hebben 10 aandachtspunten:

  1. De OR kan kijken of er een thuiswerkregeling is. Is die er, zijn de afspraken helder en sluit de regeling aan bij de hedendaagse praktijk? Dan hoef je niets te doen. Moet er een regeling komen of moet de bestaande worden aangepast, dan moet deze afhankelijk van de inhoud aan de OR ter instemming worden voorgelegd.
  2. De ondernemingsraad kan nagaan of er afspraken zijn gemaakt over het zo nodig beoordelen van de thuiswerkplek door een arbo-deskundige of dat er een online tool is om de werkplek te beoordelen.
  3. Als OR kunt u navragen of de data security goed geregeld is. Dat is van belang bij het gebruik van thuiscomputers, privésmartphones en de opslag van bestanden. Weet de medewerker bijvoorbeeld wat de procedure is bij een datalek?
  4. Als er een personeelscontrolesysteem wordt ingevoerd om te monitoren of de medewerker thuis zijn werk nog wel naar behoren verricht, dan heeft de OR instemmingsrecht.
  5. Als medewerkers vanuit huis werken dan is de werkstructuur vaak weg. Is er een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden? En hoe staat het met de balans tussen werk en privé? Wat doet de werkgever met overwerk?
  6. Welke functies zijn geschikt voor thuiswerk? Kijk kritisch wat werknemers thuis kunnen doen en wat niet. Vraag dit na bij de achterban en bespreek de uitkomsten met de bestuurder. Ook belangrijk is of medewerkers naar kantoor kunnen komen als zij willen stoppen met thuiswerken.
  7. U kunt toetsen welke negatieve effecten het thuiswerken voor medewerkers heeft. Maak eens een enquête voor uw achterban over thuiswerken.
  8. Met bestuurder het gesprek aangaan over de nodige voorzieningen om thuis te kunnen werken. Vergeet dan ook niet de thuiswerkvergoeding te bespreken.
  9. Door het thuiswerken kunnen medewerkers de contacten met leidinggevenden
    en collega’s kwijtraken. De OR kan erop aandringen dat hier aandacht voor is. Hoe zijn de contacten met collega’s geregeld? Is er voldoende aandacht voor groepsevenementen (overleg, een borrel) om elkaar ook als team in het echt te zien?
  10. Thuiswerken onttrekt zich vaak aan het zicht van de leidinggevenden. Is er voldoende aandacht voor ongewenst gedrag zoals (cyber)pesten? Kunnen de medewerkers bij een vertrouwenspersoon terecht als zij worden gepest? Is de vertrouwenspersoon bekend bij de medewerkers?
Cursus

Er zitten veel kanten aan thuiswerk. Als u eens rustig de mogelijkheden en de verplichtingen van werkgever en werknemer op een rij wilt zetten, volg dan de cursus Aan de slag met thuiswerken. In een ochtend helpen we u op weg.

 

 

Top 5 dilemma’s in de medezeggenschap

Medezeggenschap vraagt veel van de leden van de medezeggenschapsorganen. Er zijn verschillende stakeholders die van alles willen van de OR of PVT. U moet uw weg vinden in de medezeggenschap. U komt verschillende dilemma’s tegen waar ieder medezeggenschapsorgaan mee te maken krijgt. We hebben een top 5 van dilemma’s in de medezeggenschap gemaakt. Bekijk ze en bespreek ze eens in uw OR of PVT. Zijn de dilemma’s in de medezeggenschap herkenbaar? Hoe gaat u ermee om?

1) Het behartigen van het organisatiebelang of van het personeelsbelang

Aan de ene kant zitten we er natuurlijk voor het personeel. Dat betekent dat we altijd kijken naar wat de gevolgen van een voorstel voor het personeel zijn. Daarop beoordelen we. Aan de andere kant is het natuurlijk van wezenlijk belang dat onze organisatie goed draait en overlevingskansen heeft. Dus kijkt u  als OR of PVT vooral of een voorstel gunstig is voor de organisatie. Soms zegt u  ‘ja’ ook al weet je dat het vervelende personele gevolgen heeft. Daar voelen we ons wel vervelend onder want we zitten er toch voor het personeel.

2) Proactief of reactief

Aan de ene kant wil de OR of PVT pro actief zijn. Ze willen zelf onderwerpen oppakken en aankaarten. Met eigen ideeën en voorstellen komen. Aan de andere kant komt er al zoveel op de OR en PVT af dat we nauwelijks ergens tijd voor hebben. Het is dan makkelijker om te reageren op de plannen van de bestuurder. Maar dan kunt u alleen nog maar ‘ja’ of ‘nee’ zeggen.

3) Wat pakt u op?

Er speelt veel in een organisatie. Eigenlijk raken de meeste onderwerpen (een deel van) uw achterban. U wilt zich overal mee bezig houden, maar dat kan niet. Zegt u niet te veel toe? Volgt u niet te veel de agenda van de bestuurder? Wat heeft er eigenlijk prioriteit? Een lastig dilemma.

4) Werktijd versus OR-tijd

U hebt een aantal uren dat u aan de medezeggenschap mag besteden. Gemiddeld is dat zo’n 5 uur per week. Daarnaast hebt u uw normale werk. Meestal krijgt u niet veel minder werk, zodat de OR-tijd in de knoei komt. Waar geeft u voorrang aan? Of gaat u overwerken om het werk en de medezeggenschap goed te kunnen doen?

5) Verkiezingen of niet

De zittingstermijn van de huidige OR zit erop. De verkiezingen moeten worden georganiseerd. De medezeggenschap komt democratisch tot stand. Als de OR is gekozen dan maakt dat de OR representatiever. We gaan door met werven van kandidaten. Aan de andere kant is de organisatie van verkiezingen ook tijdrovend. Actief op zoek gaan naar kandidaten levert vaak teleurstellingen op. Potentiele kandidaten willen niet meedoen. Als er precies voldoende kandidaten zijn dan komt iedereen in de OR. Zonder verkiezingen. Scheelt tijd.

Als u hele andere dilemma’s in de medezeggenschap hebt dan horen we dat graag (info@or-academy.nl). We maken de lijst dan langer.

Overgangsjaar Wet Zorg en Dwang wordt niet verlengd

De Wet Zorg en Dwang regelt de rechtspositie van cliënten, wanneer zij onvrijwillige zorg ontvangen. Deze wet is op 1 januari 2020 ingegaan. Er gold een overgangsjaar om de wet goed te implementeren.  Minister Tamara van Ark heeft hierover een brief naar de Tweede Kamer en de Eerste Kamer gestuurd. Daarin staat dat het overgangsjaar voor de Wet Zorg en Dwang niet wordt verlengd en dat de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd gaat handhaven als zorgaanbieders niet aan hun wettelijke verplichtingen voldoen. Dat gaat de inspectie doen als de kwaliteit en veiligheid gevaarlopen. Ook kijkt de inspectie naar de rechtspositie van de cliënt. De cliëntenraad heeft een belangrijke rol in het bewaken van de uitgangspunten van de Wet Zorg en Dwang.

Regels

De Wet Zorg en Dwang regelt onder welke voorwaarden zorgverleners mensen in hun vrijheid mogen beperken. Dat speelt bijvoorbeeld in de ouderenzorg, GGZ, jeugdzorg en de gehandicaptenzorg. Het uitgangspunt van de wet is dat mensen in principe vrijheid hebben, maar als het echt niet anders kan dan mogen zorgverleners hen in hun vrijheid beperken. De zorgorganisatie moet beleid opstellen waarin de nieuw aan te stellen functionarissen in het kader van deze wet zijn meegenomen.

Mogelijkheden

De cliëntenraad heeft verschillende mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan. De raad heeft natuurlijk recht op informatie.  U kunt verder altijd gevraagd én ongevraagd adviseren over het beleid en de uitvoering van de Wet Zorg en Dwang in uw instelling. Bepaalde elementen van de wet vallen onder het Instemmingsrecht. Dat zijn de klachtenregeling, de profielschets voor de klachtenfunctionaris,  het beleidsplan over onvrijwillige zorg en de huisregels waarin de ordelijke gang van zaken voor de veiligheid geregeld wordt.

OR Academy in top 3 beste opleider van Nederland

OR Academy is derde geworden in de race om de beste opleider van Nederland. Dat zijn we in de categorie HR- en medezeggenschapstrainingen. Dat werd afgelopen vrijdag bekend tijdens de prijsuitreiking van deze prestigieuze publieksprijs door het onafhankelijke opleidersplatform Springest. Daar zijn meer dan 8000 scholingsinstituten bij aangesloten. De jury kiest de beste opleider van Nederland op basis van reviews van cursisten. Het volledige juryrapport kun je op de site van Springest teruglezen.

‘Wij zijn ongelofelijk trots dat we in het roerige jaar 2020 een gemiddeld cijfer van een 8,9 hebben gekregen van onze cursisten. We blijven natuurlijk niet stilzitten en werken continu aan een nog betere cursusinhoud en hogere klanttevredenheid, zodat we in 2021 een gooi kunnen doen naar de eerste plaats’, aldus Wanne van den Bijllaardt, opleidingscoördinator bij OR Academy.

OR Academy is een trainingsbureau, gespecialiseerd in trainingen en begeleiding voor ondernemingsraden, cliëntenraden en personeelsvertegenwoordigingen. Benieuwd naar onze actuele trainingen, inclusief een ruim online aanbod? kijk dan hier.

 

Cliëntenraad en vaccinaties

De vaccinaties tegen corona zijn al een tijd in het nieuws. Instellingen gaan aan de slag met een corona vaccinatieprogramma voor haar bewoners. Dat is een hele klus. De elektronische patiëntendossiers zijn op dit moment gereed om alle administratieve handelingen te verwerken, inclusief herinneringen voor een tweede prik van het vaccin. Daarin kunnen tevens de toestemmingsverklaringen worden opgenomen, als deze door bewoners of wettelijk vertegenwoordigers zijn getekend.

De cliëntenraad

Het is dan de vraag of de cliëntenraad hier iets over te zeggen heeft. Het besluit om te vaccineren staat immers niet in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018. Toch raakt het alle bewoners direct en kunt u het ook zien als het uitvoering geven aan het beleid op het gebied van de veiligheid. De instelling wil de bewoners/cliënten en het personeel beschermen tegen corona. De cliëntenraad heeft op het gebied van veiligheid instemmingsrecht. Het besluit over de wijze waarop de instelling haar bewoners gaat vaccineren is een voor cliënten geldende regeling en valt onder het instemmingsrecht.

De praktijk

Een formele instemmingsprocedure kost tijd. Het is van belang dat mensen zo snel mogelijk worden gevaccineerd. Dat vereist van de bestuurder en de cliëntenraad om door middel van onderlinge afstemming de instemming van de cliëntenraad te verkrijgen. De samenwerkingsovereenkomst of medezeggenschapsregeling kan hiertoe ook ruimte bieden. Het is van belang dat de cliëntenraad het vaccinatiebeleid uitgebreid bespreekt en  evalueert om te kijken of alles goed is verlopen.

De ondernemingsraad

Ook de ondernemingsraad krijgt hiermee te maken. De werkgever kan vaccineren niet verplichtstellen voor de medewerkers, maar kan het natuurlijk wel stimuleren. Het is voor de bewoners ook het prettigst als medewerkers zich laten vaccineren. De ondernemingsraad heeft een stimulerende taak om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. De cliëntenraad kan hierover de ondernemingsraad benaderen om samen te werken dat de veiligheid van bewoners en medewerkers zo veel mogelijk gewaarborgd is.

Welke werkafspraken maakt u met de bestuurder?

De OR en de bestuurder zijn op elkaar aangewezen. Ze kunnen niet zonder elkaar. Beide partijen moeten een paar keer per jaar overleggen. Ze zitten per jaar zo’n 6 tot 10 keer aan tafel  tijdens de overlegvergadering. Om goed samen te werken zijn er werkafspraken nodig. Vooral aan het begin van de zittingsperiode van de OR is het verstandig om goede afspraken te maken met de bestuurder. Ook als u al een tijd met elkaar overlegt is het nuttig om de werkafspraken te evalueren. Let dan op de onderstaande punten:

  1. Hoe vult u het vergaderschema in en wat is minimaal aantal overleggen per jaar?
  2. Bespreek hoe lang u wilt overleggen. Wat zijn goede tijden?
  3. De agenda is de leidraad van het overleg. Op welke manier komen de punten op de agenda?
  4. De bestuurder en/of de OR kunnen de overlegvergadering voorzitten. Bepaal wie wanneer de vergaderingen voorzit.
  5. Er kunnen deskundigen (hoofd financiën of de adviseur van de OR bijvoorbeeld) meekomen tijdens de vergadering. Voert de bestuurder het overleg alleen of heeft hij assistentie? Wat is de procedure als er een deskundige komt?
  6. Ieder overleg heeft notulen. Maak afspraken wie verantwoordelijk is voor de notulen.
  7. Hoe worden de agenda en de notulen van de overlegvergadering naar de medewerkers gecommuniceerd?
  8.  Twee keer per jaar hebben de OR en de bestuurder een artikel 24-overleg. Daar wordt de algemene gang van zaken besproken. Hoe en wanneer vindt dit overleg plaats?
  9. Bij het artikel 24-overleg is ook de toezichthouder (Raad van toezicht of Raad van commissarissen) aanwezig. Wie nodigt de toezichthouder uit? Ook is het handig om het contact tussen OR en toezichthouder te regelen.
  10. Hoe en wanneer wordt de financiële, bedrijfseconomische en sociale beleidsinformatie (artikel 31a en 31b WOR) verstrekt, toegelicht en besproken?
  11. Sommige OR’en voeren naast het officiële overleg ook informeel overleg met de bestuurder. Wat zijn de voordelen hiervan en wat kun je van elkaar verwachten?
  12. De bestuurder kan geheimhouding opleggen. Welke afspraken zijn er?
  13. Hoe gaan OR en bestuurder om met contacten die de OR onderhoudt met anderen in de organisatie zoals managers, stafafdelingen, bestuursleden en dergelijke.
  14. Maak een afspraak om het overleg te evalueren. Hoe loopt het overleg? Hoe gaan we met elkaar om en hoe willen we verder?
  15. Het is mogelijk om nog veel meer afspraken te maken. Dat kan ook over faciliteiten, extra bevoegdheden, extra scholingsdagen, het gebruik van een ambtelijk secretaris en dergelijke. Deze afspraken zet u in een ondernemingsovereenkomst of convenant.

Stop met vragen stellen. Stel criteria!

De OR zit aan tafel met de bestuurder. Niet iedere ondernemingsraad voelt zich prettig. De trainers van OR Academy horen regelmatig, “We worden niet serieus genomen door onze bestuurder.” We krijgen maar geen antwoorden op al onze vragen.” en “We worden te laat of helemaal niet geïnformeerd.” Herkent u deze klachten van veel ondernemingsraden? Dat kan echt anders!

Niet vragen en wachten

Ondernemingsraden hebben heel vaak de neiging hun bestuurder te bestoken met vragen, veel vragen, heel veel vragen. Dat maakt de OR echter passief. Je gaat zitten wachten op antwoorden. Dat soms kan lang duren: soms wel weken of maanden. Terwijl de OR wacht op antwoorden rijdt de trein van het management door. En als de antwoorden eindelijk komen gebeurt het niet zelden, dat die voor de OR te vaag zijn. Dus gaat de OR een hele batterij nieuwe vragen stellen en weer wachten op antwoorden. Dat schiet niet op.

Maak van elke vraag een criterium

Door gebruik te maken van criteria krijgt u meer invloed! Een OR kan vragen: “Komen er gedwongen ontslagen?” Maar waarom vraagt de OR dat? Omdat hij geen gedwongen ontslagen wil. Zeg dat dan! Stel het criterium: “Er komen geen gedwongen ontslagen”. De bestuurder komt dan vanzelf wel met argumenten en informatie waarom hij eventueel vindt dat het toch moet gebeuren. Dan komt er snel informatie op tafel, die met al die vragen misschien niet komt of te laat.
Dat geldt ook voor alle andere vragen die een OR wil stellen. De OR heeft er een belang bij. Noem dat belang dan in de vorm van een criterium!

Navigator Werkmethode

De Navigator werkmethode helpt de OR om criteria te vinden, waar alle OR-leden achter staan en om deze criteria effectief aan de orde te stellen in de overlegvergadering en bij de raadpleging van de achterban. Deze methode helpt de OR om criteria te vinden, waar alle OR-leden achter staan en om deze criteria effectief aan de orde te stellen in de overlegvergadering en bij de raadpleging van de achterban. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de ontwikkeling en verspreiding van deze methode gefinancierd om OR-en te helpen meer in de melk te brokkelen te krijgen.

Voordelen voor ondernemingsraden

Dankzij de Navigator werkmethode:
• wordt u proactief;
• voelen de collega’s zich door je vertegenwoordigd;
• heeft u meer invloed op te nemen besluiten;
• gaat het overleg weer ergens over;
• doet u meer in minder tijd;
• wordt het OR/PVT-werk weer leuk

Voordelen voor managers

Dankzij de Navigator werkmethode:
• wordt de besluitvorming niet langer vertraagd;
• gaat het overleg weer ergens over;
• is er gesprek met vertegenwoordigers van het personeel;
• is de communicatie voorspelbaar;
• hoeft het management geen vragen meer te beantwoorden;
• is er meer draagvlak voor noodzakelijke veranderingen.

Wilt u meer weten over de Navigator werkmethode of wilt u dit onderwerp in een training behandelen, neem dan contact op met OR Academy (085 0432268 of mail naar info@or-academy.nl)

Frank Dijkstra

Op de agenda van uw PVT

Er komt in een jaar altijd veel op uw PVT af. U kunt natuurlijk niet alles voorzien, maar sommige dingen komen ieder jaar weer terug en nieuwe wetgeving kunt u aan zien komen. Als u goed voorbereid wilt zijn dan kunt u, door goed te plannen, gestructureerd aan de slag dit jaar. We zetten de belangrijkste gebeurtenissen en momenten van 2021 voor u op een rij in een handige PVT-agenda. U kunt de onderwerpen zo op de agenda zetten voor het overleg met de bestuurder.

Investeringen

Om bedrijven met personeel te stimuleren in deze moeilijke tijd toch te investeren, is in 2021 de regeling Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) ingegaan. Die regeling houdt in dat een bedrijf een percentage van het geïnvesteerde bedrag van de loonheffingen kan aftrekken. Bedrijven kunnen de BIK maximaal vier keer per jaar aanvragen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Kijk goed naar de voorwaarden.

NOW

De overheid blijft organisaties die te lijden hebben onder corona ondersteunen in 2021 met de NOW 3-regeling. Het tweede tijdvak, NOW 3.2, gaat in op 1 januari en loopt tot 31 maart. Het derde tijdvak (NOW 3.3) loopt van 1 april 2021 tot 1 juli 2021. De aanvraag voor het tweede tijdvak kan van 15 februari tot 14 maart en de aanvraag voor het derde tijdvak kan van 17 mei tot 13 juni. De aanvraag moet gemeld worden aan de PVT.

Het jaarverslag maken

Als PVT kunt u een jaarverslag maken. U kunt dan laten zien aan de achterban waar de PVT mee bezig is geweest de afgelopen periode. Het jaarverslag kan een PR-middel zijn naar uw achterban. Maak er daarom iets moois van. Veel PVT’s maken een jaarverslag in de periode januari tot april. Lees hier tips voor een aantrekkelijk verslag.

Het overleg over de algemene zaken

De PVT overlegt minimaal een keer per jaar over de algemene gang van zaken in de organisatie.  Dit overleg is belangrijk als u proactief wilt reageren op de komende beleidsvoornemens van de bestuurder. Neem dit overleg op in de jaarplanning.

De werkkostenregeling (WKR)

Arbeidsvoorwaarden zijn belangrijk voor uw achterban. Vraag eens na wat uw bestuurder wil doen met de WKR. Met de werkkostenregeling kan een werkgever onbelaste vergoedingen aan de werknemers geven. De vrije ruimte van de WKR gaat voor 2021 fors omlaag. Over de eerste € 400.000 van de loonsom van 3,0% naar 1,7%. Over het meerdere van 1,2% naar 1,18%. Daarmee is de tijdelijke verruiming van de vrije ruimte in 2020 vanwege corona ingetrokken. Deze verandering gaat in per 1 januari 2021. In ruil voor de verlaging van de vrije ruimte wordt de gerichte vrijstelling voor scholing van werknemers in 2021 uitgebreid met een vrijstelling voor scholingskosten voor loon uit vroegere arbeid. Het moet gaan om een studie of opleiding die de werknemer volgt om een inkomen te verdienen. Zet deze de WKR en de vrijstelling voor scholing begin januari of ten tijde van het vaststellen van de begroting op de overlegagenda met de bestuurder.

Scholingsdagen gebruiken

Ieder PVT-lid heeft recht op scholing. Er is geen minimaal aantal scholingsdagen in de wet vast gelegd. Maak aan het begin van het jaar afspraken over de scholing van de PVT-leden. Kijk ook over welke onderwerpen de scholing moet gaan. Wat speelt er in uw organisatie?

Financiële jaarrekening

Uw organisatie moet een keer per jaar de jaarrekening opstellen en deze deponeren bij de Kamer van Koophandel. U krijgt waarschijnlijk in de periode maart/april de jaarcijfers. Het is dan slim om kennis op te doen om de cijfers te kunnen lezen en de juiste vragen te stellen.

Begroting

In het najaar wordt de begroting gemaakt. Zorg dat u hierbij tijdig betrokken bent, want dan is uw invloed het grootst.

De Risico-inventarisatie & Evaluatie op orde

Zoals u weet moet iedere organisatie een actuele Risico-inventarisatie & Evaluatie (RI&E) hebben. Bespreek als OR of PVT met de bestuurder jaarlijks de RI&E en het daarbij behorende plan van aanpak. Is het werk veiliger geworden of moet het plan van aanpak worden bijgesteld? Moet de RI&E opnieuw worden uitgevoerd?  U hebt instemmingsrecht.

Prinsjesdag

Ook dit jaar vindt op de derde dinsdag van september Prinsjesdag plaats. Het Kabinet presenteert de plannen voor het komende jaar. Ook wetswijzigingen worden aangekondigd op en vlak na Prinsjesdag. U weet dan welke onderwerpen er op de agenda met de bestuurder komen. Kijk hier als u meer over wetten wilt weten.

SER richtprijzen

De Sociaal Economische Raad maakt rond oktober/ november de richtbedragen voor de scholing van ondernemingsraadsleden en hun commissies bekend. Het richtbedrag voor een maatwerkcursus in 2021 is voor de hele ondernemingsraad € 1.065 (exclusief btw) per dagdeel. U kunt de richtprijzen van de SER verwerken in een scholingsplan voor het nieuwe jaar.

Er zijn natuurlijk nog veel meer zaken op de agenda, maar die zijn bij iedere PVT anders.

Overtuigen met goede argumenten

Als ondernemingsraad, clientenraad of personeelsvertegenwoordiging zit u regelmatig aan tafel met de bestuurder. Als u resultaten wilt boeken dan moet u goede argumenteren gebruiken om de bestuurder te overtuigen. Dat valt niet altijd mee. Het is van belang inzicht te hebben in de manier waarop u uw standpunten en argumenten voor de bestuurder duidelijk kunt formuleren en weergeven. Maar hoe doet u dat precies? Hieronder volgen een aantal tips.

  1. Er zijn verschillende soorten argumentatie. Kennis van deze soorten is belangrijk om argumenten van anderen te kunnen herkennen en er adequaat op te kunnen reageren. Er zijn bijvoorbeeld enkelvoudige argumentatie (het standpunt wordt ondersteund door slechts één argument), meervoudige argumentatie (er zijn meer argumenten), nevenschikkende argumentatie (er zijn meer argumenten die van elkaar afhankelijk zijn) en onderschikkende argumentatie (argumenten om je argument te ondersteunen).
  2. Een goed argument sluit vaak aan bij wat de ander belangrijk vindt. Die ander is gemakkelijker te overtuigen als uw goede argument aansluit bij zijn of haar doelen en belangen.
  3. Maak gebruik van objectieve bronnen. De cijfers van de branche of wetenschappelijk onderzoek zetten uw betoog kracht bij.
  4. Maak gebruik van uw de rol van autoriteit. Een OR, cliëntenraad of PVT is de autoriteit van de achterban. U weet immers wat er leeft. Maak daar gebruik van.
  5. Bereid uw argumentatie goed voor. Maak ter voorbereiding bijvoorbeeld een argumentatiestructuur. Dat is een boomstructuur waarin u bovenin formuleert wat uw standpunt is. Vandaaruit lopen er verschillende ‘takken’ naar de argumenten die het standpunt onderbouwen. Kijk kritisch naar de formulering van uw standpunt en argumenten. Beoordeel vervolgens of het verband ertussen logisch en begrijpelijk is. Zo kunt u veel kritische vragen of aanvallen op uw argumentatie voor zijn.
  6. Als u begint met een argument, hou het dan kort. Als u heel veel tijd nodig hebt om een punt te maken dan bent u minder geloofwaardig dan als u kernachtig uw punt formuleert.
  7. Gebruik persoonlijke ervaringen om uw punt te onderstrepen. Dat maakt vaak indruk en uw ervaringen zijn moeilijk te weerleggen.
  8. Als uw toehoorder reageert, schrijf dan zijn argumenten op. U kunt er dan eenvoudiger op reageren.
  9. U krijgt in de discussie soms kritiek. Neem de kritiek nooit persoonlijk op, en hou bij de argumenten de emoties erbuiten. Het gaat om zakelijke argumenten die de doorslag moeten geven.
  10.  Wilt u meer doen met argumenteren? Volg dan de training Onderhandelen. Daarin komt ook argumenteren aan de orde.

Verschillen tussen een PVT en een OR

De personeelsvertegenwoordiging (PVT) en de ondernemingsraad (OR) verschillen van elkaar. Ze zijn allebei medezeggenschapsorganen en overleggen met de bestuurder, maar de bevoegdheden verschillen. In artikel 35c van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) staat welke bevoegdheden de PVT heeft. Dat zijn er minder dan een OR. We zetten de verschillen naast elkaar:

  1. Een PVT is bij organisaties van 10 tot 50 werknemers verplicht als de meerderheid van de werknemers een PVT wil hebben. Een OR is altijd verplicht als er 50 of meer werknemers zijn.
  2. Een PVT heeft tenminste 3 leden en een OR heeft er minimaal 5.
  3.  De PVT heeft adviesrecht over alle voorgenomen besluiten die leiden tot verlies van arbeidsplaatsen of tot een belangrijke verandering van de arbeid of de arbeidsvoorwaarden van tenminste een kwart van de werknemers. Er is geen beroep tegen het besluit van de bestuurder mogelijk. De OR kan over meer onderwerpen adviseren. Kijk hiervoor in artikel 25 WOR. De OR heeft wel een beroepsmogelijkheid tegen de besluiten van de bestuurder. De bestuurder is verplicht het besluit een maand op te schorten indien het afwijkt van het advies van de OR. De OR kan in beroep bij de Ondernemingskamer.
  4. Ook bij het instemmingsrecht zijn er verschillen. De PVT heeft instemmingsrecht bij de vaststelling, wijziging of intrekking van een werktijdenregeling, een arbeidsomstandigheden regeling en een ziekteverzuim regeling. De OR heeft veel meer instemming plichtige onderwerpen. Die staan in artikel 27 WOR.
  5. De PVT heeft geen initiatiefrecht. De PVT kan wel vragen stellen en voorstellen doen, maar de bestuurder kan deze eenvoudig afwijzen. De OR heeft wel initiatiefrecht. Op de voorstellen van de OR moet de bestuurder verplicht schriftelijk reageren.
  6. De PVT heeft informatierecht, maar de bestuurder is niet verplicht om de informatie schriftelijk te geven. De OR krijgt de gevraagde informatie wel schriftelijk als de OR dat wil.
  7. De PVT-leden hebben geen wettelijk geregeld minimum aantal uren voor vervulling van hun taken. De OR-leden hebben minimaal 60 uur per jaar.
  8. De PVT kan alleen commissies instellen en deskundigen raadplegen met toestemming van de ondernemer. De OR heeft het recht om commissie in te stellen en deskundigen te raadplegen en stelt de ondernemer daarvan op de hoogte.
  9. De PVT bespreekt ten minste eenmaal per jaar de algemene gang van zaken met de bestuurder. De OR doet dat tenminste twee keer per jaar.

De PVT kan, net als een OR, extra bevoegdheden afspreken met de bestuurder in een convenant. Een convenant is een ondernemingsovereenkomst, waarin afspraken tussen PVT en bestuurder kunnen worden vastgelegd. Daarbij kan de PVT, net als de OR, ook bovenwettelijke bevoegdheden krijgen. De PVT kan er naar streven om dezelfde rechten te krijgen als de OR. De bestuurder is niet verplicht om een convenant af te sluiten.