Alle berichten van Wanne van den Bijllaardt

Steeds meer mogelijkheden voor vroegpensioen

Eerder stoppen met werken, daar dromen veel mensen van. De overheid heeft dit de afgelopen jaren tegengegaan. Werknemers moeten langer doorwerken om het pensioensysteem betaalbaar te houden. Om te zorgen dat werknemers dat ook echt doen, is de AOW in 2012 verhoogd van 65 naar 67 jaar. Ook besloot het kabinet het vroegpensioen te beboeten. Inmiddels is dat verzacht en maken werkgevers en werknemers in de helft van alle nieuwe cao’s al weer afspraken over vroegpensioen. Ze verschillen sterk per cao: van drie jaar eerder met pensioen voor iedereen, tot alleen een ‘studie’ naar vroegpensioen. En van regelingen voor specifieke leeftijden tot alleen vroegpensioen voor zware functies.
Verschil per cao

Er zijn grote verschillende tussen de cao’s. Bij chemiebedrijf DSM mag iedere werknemer met vroegpensioen, bij pensioenuitvoerder PGGM alleen de werknemers die geboren zijn tussen 1955 en 1962. In de cao voor verpleeg- en verzorgingshuispersoneel en thuiszorg is er vroegpensioen voor iedereen die minimaal 45 jaar in de sector heeft gewerkt. Politiemensen mogen na 25 jaar in een ‘zware functie’ met vroegpensioen, net als de werknemers in de bouw. Als uw OR hiermee aan de slag wilt, kijk in uw cao of er ook een regeling is voor uw organisatie. Is er niets afgesproken of valt uw organisatie niet onder een cao dan kan de OR dit onderwerp op de agenda zetten. Het is in belang van de werkgever en werknemer dat werknemers duurzaam inzetbaar blijven. Soms zijn andere taken of scholing de oplossing, maar soms is een vroegpensioen beter.

Minder riant

Het vroegpensioen dat nu wordt afgesproken is wel minder riant dan in het verleden. De overheid stelt er strenge regels aan. Tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025 mogen werkgevers aan oudere werknemers, die minder dan 3 jaar van hun AOW-leeftijd zijn verwijderd, een boetevrij vroegpensioen uitkeren van ten hoogste € 1.847 per maand. Over het meerdere moet wel de vroegpensioenboete of RVU-heffing van 52% worden afgedragen. De regels staan uitgewerkt in een handreiking die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) samen met de Stichting van de Arbeid heeft opgesteld.

Subsidie

De werkgever heeft naast de belastingvrijstelling soms ook nog recht op een subsidie: de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden. Hij kan met deze regeling tot 25% van een RVU-regeling vergoed krijgen. De overheid heeft hier in totaal 1 miljard euro voor uitgetrokken. Voorwaarde is dat de werkgever ook investeert in duurzame inzetbaarheid, zoals een leven lang ontwikkelen en de werknemers (meer) regie geven over hun eigen loopbaan. Wijs als OR de bestuurder op de mogelijkheden.

Meer weten over pensioenen en de rol van de OR? Volg de cursus OR en pensioen. Wilt u aan de slag met duurzame inzetbaarheid? Volg dan de cursus over dit onderwerp.

 

Werknemers willen niet meer volledig terug naar kantoor

Ongeveer de helft van de beroepsbevolking werkte tijdens de coronacrisis thuis. Nu gaan steeds meer kantoren open. Niet alle werknemers willen weer terug naar hun oude werkplek. Dat blijkt uit een peiling van vakbond FNV. Slechts 10% van de werknemers wil weer fulltime naar kantoor. Maar liefst 70% wil het liefst hybride werken. Dat betekent dat ze deels op kantoor en deels vanuit huis werken. Een vijfde wil alleen nog maar thuiswerken. Voor de OR iets om rekening mee te houden bij het instemmingsverzoek over het thuiswerkbeleid.

Thuiswerken

De respondenten kijken positiever naar het thuiswerken dan vorig jaar. Toen keek 66% positief naar het thuiswerken. Nu is dat 78%. Gevraagd naar welk werk het beste op kantoor en welke het beste thuis kan plaatsvinden, antwoorden geënquêteerden dat thuiswerken voor dagelijkse werkzaamheden de voorkeur geniet. Voor activiteiten als teamoverleg, (in)formeel overleg en contact met collega’s, trainingen, presentaties en het inwerken van nieuwe collega’s, is kantoor de beste werkplek. De vraag is nu wat de toekomst van werken op kantoor zal zijn. Zullen de kantoren leeg blijven staan? En wat gebeurt er met de relatie werknemer en organisatie? Zorgt werken op kantoor voor meer binding met de organisatie en met collega’s? Is dit ook met minder kantoordagen te bereiken?

Zeggenschap

In het onderzoek van de FNV gaat het ook over zeggenschap. Zo’n 30% van de respondenten geeft aan geen of te weinig zeggenschap te ervaren in waar het werk plaatsvindt. Maar liefst 63% vindt dat er een wettelijk recht moet komen op thuiswerken, zodat werknemers meer inspraak hebben. Zolang dat er niet is, kan de OR zich hier hard voor maken. U kunt het onderwerp op de agenda van de Overlegvergadering zetten. U kunt het ook naar voren laten komen als de thuiswerkregeling wordt besproken. De OR heeft dan een sterke positie, want hij heeft instemmingsrecht bij een thuiswerkregeling. Dit valt namelijk onder een regeling voor arbeidsomstandigheden (artikel 27, lid 1d van de WOR). Voordat de OR zich buigt over zo’n instemmingsverzoek, is het slim om de achterban te raadplegen. De OR kan daarmee de wensen en behoeften van de achterban inventariseren en bespreken met de bestuurder. De bestuurder doet er verstandig aan rekening te houden met de wensen van de werknemers. Tevredenheid van werknemers vertaalt zich namelijk vaak in een hogere motivatie en een lager ziekteverzuim.

Wilt u stilstaan bij de mogelijkheden van thuiswerken en de rol van de OR hierbij? Volg dan de workshop Aan de slag met thuiswerken. 

Bron: FNV

Stil staan bij het OR-secretariaat

Als de ondernemingsraad aan een nieuwe zittingstermijn begint, zal er al snel worden overgegaan tot het kiezen van de voorzitter en het benoemen van een secretaris. De ondernemingsraad heeft immers een secretariaat nodig. Een goed secretariaat is namelijk de smeerolie van de medezeggenschap. Het gaat niet altijd  automatisch goed. We staan in deze checklist stil bij het secretariaat van de ondernemingsraad. Wat komt daar allemaal bij kijken?

 

  1. De wet geeft niet veel aan over de rol van de secretaris en het OR secretariaat. In de WOR staat dat de OR moet voorzien in de secretariaatsfunctie, maar niet hoe die ingevuld moet worden. In het eigen reglement staat hoe het secretariaat wordt ingevuld. Kijk of het reglement nog actueel is of dat het aangepast moet worden.
  2. Maak een functiebeschrijving voor de secretaris, zodat OR-leden weten waarvoor zij bij de secretaris moet zijn. U voorkomt dat alles op het bord van de secretaris komt te liggen. Ook kunt u met de functiebeschrijving kijken wie het beste secretaris kan worden.
  3. De secretaris (en de OR)  kan zich laten ondersteunen door een ambtelijk secretaris. Bedenk of uw OR een ambtelijk secretaris nodig heeft. U hebt geen wettelijk recht op een ambtelijk secretaris. Bespreek met de bestuurder de mogelijkheden.
  4. Als uw OR een secretaris en een ambtelijk secretaris heeft, zorg voor een duidelijke taakverdeling.
  5. Maak het secretariaat van de ondernemingsraad bekend in de organisatie, zodat de achterban weet hoe en bij wie zij moeten zijn als ze de ondernemingsraad willen benaderen.
  6. De taken van de secretaris en de voorzitter zijn anders dan die van de andere OR-leden. Houd daar bij de scholing rekening mee. Boek een aparte cursus, zodat zij zich kunnen ontwikkelen en hun taken goed kunnen uitvoeren.
  7. Regel met de bestuurder de faciliteiten voor het secretariaat. Er is meestal behoefte aan vergaderfaciliteiten, vakliteratuur, een fysieke of digitale plek voor vergaderstukken, jaarverslagen en dergelijke.
  8. Zorg dat u  vervanging regelt. Het is natuurlijk niet wenselijk dat als de secretaris uitvalt dat het secretariaat op z’n gat ligt. Benoem bijvoorbeeld een vice-secretaris.
  9. Neem de tijd om het dagelijks bestuur en het secretariaat te evalueren.

Meer weten over het OR secretariaat?  Lees het boek Managen van de OR of volg de training OR voorzitter en secretaris.

Terugdringen van gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen zorgen voor veel beroepsziekten en zo’n 3.000 doden per jaar. In 2020 verscheen het rapport “Stof tot nadenken”. Hierin staan aanbevelingen die voor een betere preventie voor het werken met gevaarlijke stoffen moet zorgen.  Ook moeten de procedures verbeteren en moet er meer erkenning komen van mensen die ziek worden als ze met gevaarlijke stoffen werken. Minister Koolmees heeft de Tweede Kamer over de voortgang van de maatregelen geïnformeerd. Er zijn verschillende maatregelen:
De maatregelen
  1. Er moet een betere infrastructuur voor kennis, diagnose en behandeling van beroepsziekten komen. Uiterlijk op 1 juli 2022 komt er een landelijk expertisecentrum voor stoffengerelateerde beroepsziekten.
  2. De overheid komt met een financiële tegemoetkomingsregeling. Deze is voor (ex-)werkenden die lijden aan een ernstige ziekte die is ontstaan door werken met gevaarlijke stoffen.
  3. Voor betere preventie van beroepsziekten is een herijking van het arbobeleid, de Arbovisie 2040 aangekondigd. De SER is gevraagd om advies over de Arbovisie 2040. De OR kan natuurlijk nu al beginnen met het onderwerp gevaarlijke stoffen op de agenda van de overlegvergadering te zetten.
  4. Er moet een betere preventie bij bedrijven en bescherming van werkenden die worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen komen. Dit vindt plaats binnen het Meerjarenprogramma RI&E 2020-2023.  Ook hier kan de OR al mee aan de slag. Als er gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen moet het in de RI&E staan. Zijn alle risico’s benoemd en is er een goed plan van aanpak?
  5. De capaciteit binnen de Inspectie SZW is de afgelopen jaren uitgebreid. Er is meer ruimte voor de handhaving en het veilig werken te stimuleren. Aanpassing van de regelgeving is nodig. De Inspectie SZW kan dan sneller boetes geven of het bedrijf stil te leggen (vooral bij overtreding van artikel 4.2 van het Arbobesluit). Wijs uw bestuurder op de actievere handhaving van de Inspectie.
  6. Meer focus op preventie moet uitval voorkomen. Dit zal kosten besparen (zie: Hoofdlijnennota Arbovisie 2040). Hiervoor is verbetering van de positie van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts nodig. Net zoals de bevordering van de samenwerking tussen de reguliere zorg en de arbeidsgerelateerde zorg. Het volgende kabinet moet hier een besluit over nemen.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden van de OR om aan de slag te gaan met gevaarlijke stoffen en het arbobeleid? Volg de cursus OR en arbo. Kijk ook eens in de handreiking die het Ministerie van SZW heeft gemaakt.

Bron: De SER

De Cliëntenraad en de versoepelingen in de zorg

Er zijn steeds minder besmettingen met corona. De overheid komt daarom met meer versoepelingen. Mensen die zorg ontvangen profiteren hiervan. Er mogen bijvoorbeeld steeds meer mensen op bezoek komen en er worden weer groepsactiviteiten georganiseerd. Op minder plekken zullen mondkapjes verplicht zijn. Ook de cliëntenraden krijgen te maken met deze versoepelingen. Het onderwerp staat op de agenda en het levert soms discussie en dilemma’s op. Zorginstellingen gaan verschillend om met de versoepelingen. Wanneer moet welke versoepeling plaatsvinden?

Eigen beleid

De mate en het tempo waarin versoepelingen worden doorgevoerd, verschillen sterk per zorgaanbieder. Ook verschilt de manier waarop cliëntenraden betrokken zijn bij de afspraken die hierover worden gemaakt. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in het organiseren van groepsactiviteiten. Die verschillen zijn het gevolg van het beleid van de zorgaanbieders. Zij kunnen namelijk voor een groot deel zelf maatwerk bepalen. Dat is goed, maar het moet wel in overleg met cliënten en hun vertegenwoordigers. De cliëntenraad is ervoor om op te komen voor de belangen van de cliënten. Bespreek wat wél mogelijk is. Hoe eerder u betrokken bent des te meer invloed u heeft. Maak hier afspraken over.

Instemmingsrecht

Het uitgangspunt is dat cliëntenraden instemming moeten verlenen aan besluiten en regelingen die cliënten direct aangaan. De betrokkenheid bij de voorbereiding en uitvoering van het besluit kan vervolgens verschillen. Maar de cliëntenraad mag zijn positie in deze situatie duidelijk aangeven richting de zorgorganisatie. Gebruik uw bevoegdheden. Het instemmingsrecht is een van de sterkste rechten. Dat heeft u bijvoorbeeld bij het aanpassen van de bezoekregeling en het beleid op het gebied van de veiligheid. Kijk wel goed welke raad instemt. Wanneer er een maatregel genomen wordt die geldt voor de gehele instelling, moet deze voorgelegd worden aan de centrale cliëntenraad. Wanneer het gaat om lokale maatregelen moet de lokale cliëntenraad betrokken worden.

Betere zorg mogelijk door een PGO

Een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is een app of een website. In een PGO kan iemand zelf zijn gezondheidsgegevens verzamelen. Bijvoorbeeld informatie over wat je eet, hoeveel je sport of hoe je slaapt. Zo staan alle gezondheidsgegevens veilig op één plek. Steeds meer huisartsen, ggz-instellingen en ziekenhuizen kunnen veilig met PGO’s verbinden. Daardoor kan je de medische gegevens die in de computer van bijvoorbeeld jouw huisarts of psycholoog staan ook in je PGO zetten. Voorbeelden van medische gegevens zijn het advies van de dokter en je bloeduitslagen.

Verbinden

Steeds meer huisartsen, ggz-instellingen, ziekenhuizen en zelfstandige klinieken kunnen hun ict-systemen veilig via MedMij met PGO’s verbinden. Per 1 september is naar verwachting 96% van de huisartsen aangesloten en andere zorginstellingen zijn hard op weg. Deze ontwikkeling wordt aangejaagd door de PGO-alliantie van meer dan 50 branche-, consumenten- en patiëntenorganisaties in de zorg.

Betere zorg

Huisarts Stephanie Wouthuis ziet in dit alles kansen voor betere zorg, vertelt ze op PGO.nl. ‘Een PGO gaat een stap verder dan ons eigen patiëntenportaal, omdat alle medische gegevens op één plek staan’, aldus Stephanie. ‘Nu nog moet je als patiënt je informatie ophalen bij allerlei verschillende portalen van verschillende zorgverleners. Met een PGO is dat probleem straks voorbij. Omdat de patiënt vóór het consult bijvoorbeeld de laboratoriumuitslagen al kan inzien, kan hij zich beter voorbereiden op het gesprek. En zo kan ik weer betere zorg verlenen.’

Meer informatie over PGO’s vindt u op de website. Daar treft u ook diverse leermiddelen en video’s over PGO’s en een patiëntvriendelijke vertaling van ruim 5000 medische termen aan.

Weinig zaken voor de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden

De Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) is bemiddelaar en scheidsrechter bij meningsverschillen tussen cliëntenraden en zorgaanbieders. Deze commissie treedt op bij meningsverschillen tussen cliëntenraden en zorginstellingen over de uitvoering van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz 2018). Uit het jaarverslag 2020 van de commissie blijkt dat nog maar weinig meningsverschillen bij de commissie terecht zijn gekomen. De LCvV heeft in 2020 slechts 9 verzoekschriften ontvangen waarvan er in 2020  over 7 een uitspraak kwam. Er zijn er 2 in 2021 afgehandeld. In 2019 waren dat er nog 10. Het is niet duidelijk of de commissie bij cliëntenraden onbekend is of dat er weinig conflicten zijn.

Niet ontvankelijk

Van de 7 beoordeelde zaken in 2020 luidde maar liefst 3 keer de uitspraak dat het verzoek niet ontvankelijk was dan wel de commissie niet bevoegd. Het is voor cliëntenraden van belang goed te kijken of de LCvV wel de juiste partij is om de zaak voor te leggen. Interessant is ook om te kijken uit welke sectoren de zaken kwamen. De in 2020 door de LCvV behandelde zaken waren afkomstig uit volgende sectoren:

  • VV&T 4
  • GGZ 0
  • VG 1
  • Ziekenhuizen 0
  • Overig 2
Behandelde zaken

Zowel de cliëntenraad als de zorginstelling diende zaken in bij de LCvV. Van de in 2020 behandelde zaken was de zorgaanbieder 4 keer en de cliëntenraad 3 keer de indiener van het verzoekschrift. Er vonden in 2020 geen bemiddelingsgesprekken plaats. In 2 zaken werd verzocht om een spoedbehandeling en een voorlopige voorziening. In een geval is die procedure gevolgd.

Meer weten

Wilt u meer weten de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden of over de zaken uit het jaarverslag? Kijk dan op de website van de LCvV.  Daar vindt u ook hoe en wanneer u met uw geschil terecht kunt bij deze commissie.

Geen initiatiefrecht, wel initiatieven nemen

De PVT heeft geen initiatiefrecht zoals de OR dat wel heeft. Toch is dat geen reden om geen initiatieven te nemen. Denk in mogelijkheden en ga aan de slag. Probeer eens goed te kijken wat er op de werkvloer leeft en ga daarover met de bestuurder in gesprek. U kunt tijdens de Overlegvergadering wel vragenstellen en voorstellen doen. De bestuurder moet van goeden huize komen om de onderwerpen van de personeelsvertegenwoordiging niet te willen bespreken. Hij wil immers ook weten wat er leeft onder het personeel en daar kan de PVT hem bij helpen.

Niets doen

“Ja”, werpt men dan tegen, “maar de bestuurder kan heel eenvoudig besluiten om de voorstellen van de PVT niet over te nemen en we kunnen daartegen niet in beroep.” Dat klopt, er is altijd wel een reden om iets niet te doen. Er is geen geld, er is geen capaciteit en zo is er altijd wel iets. Als de PVT niets doet dan gebeurt er ook niets. Probeer in uw voorstellen goed aan te sluiten op de ideeën en prioriteiten van het management en de eigen investering af te stemmen op de verwachte opbrengst van het voorstel.

Met het laatste bedoelen we dat de personeelsvertegenwoordiging geen uitgewerkt plan moet opstellen als de bestuurder niet eerst heeft laten weten dat hij graag meer wil horen. De PVT verzet dan veel werk, terwijl het hoogst onzeker is of daar ook iets uit zal voortkomen. Dat levert misschien zo’n teleurstellende ervaring op dat u geen initiatieven meer neemt.

Op de agenda

U begint met het thema eerst eens op de agenda van de overlegvergadering te zetten. Daar peilt u de bereidheid van de bestuurder om er iets mee te doen. Is zijn belangstelling gering, breng dan een aangepast voorstel uit. Kies dan liever voor een voorstel waarin u de bestuurder vraagt om een prioriteitenlijst voor de verdere ontwikkeling van het personeelsbeleid of de organisatie. U kunt dan later kijken of uw thema in deze prioriteitenlijst aan bod kan komen. U kunt het later opnieuw aankaarten. Vooral als het gedragen wordt door de achterban dan heeft u een krachtig pressiemiddel. Het duurt dan wat langer, maar het resultaat komt er waarschijnlijk op deze manier wel.

Initiatiefrecht in een overeenkomst

De PVT heeft geen initiatiefrecht op grond van de Wet op de ondernemingsraden. U kunt proberen met de bestuurder afspraken te maken over het initiatiefrecht. Deze afspraken zet u dan in een convenant (een ondernemingsovereenkomst). U kunt dan het artikel 23 lid 3 uit de WOR als uitgangspunt nemen. Als u meer wilt weten over de bevoegdheden van de PVT volg dan de Basiscursus personeelsvertegenwoordiging.

Ingrijpende voorstellen voor de arbeidsmarkt

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben een sociaal akkoord bereikt. Dit kan een drastisch ingreep betekenen in de huidige arbeidsmarkt. De SER heeft dit onlangs gepresenteerd. Werkgevers en de vakbonden volgen grotendeels het rapport van de commissie-Borstlap. Opvallend is dat de Vereniging Zelfstandigen Nederland niet betrokken was bij het sociaal akkoord. Het akkoord heeft grote gevolgen voor Zzp-ers.

De voorgestelde ingrepen zijn volgens de sociale partners nodig omdat er steeds meer ongelijkheid en maatschappelijk ongenoegen is. In het SER-advies dringen ze er daarom op aan dat een nieuw kabinet fors gaat investeren in de zekerheid van werk en inkomen, toekomstig verdienvermogen, sterke publieke dienstverlening en een duurzaam leefklimaat. Sociale partners komen met de volgende voorstellen in het sociaal akkoord:

Voorstellen
  1. De transitievergoeding vervalt als de werkgever in overeenstemming met de (bijna) ontslagen werknemer een begeleidingstraject opstelt om hem te helpen naar een andere baan. Maar als de werknemer hier niet mee instemt, heeft hij nog steeds recht op transitievergoeding.
  2. Er moet een minimum uurtarief voor Zzp-ers van € 30 á € 35 komen. Bieden opdrachtgevers minder, dan kan de Zzp-er naar de rechter en een arbeidscontract eisen.
  3. Bepaalde tijd: drie tijdelijke contracten gedurende maximaal drie jaar. Iemand permanent tijdelijk in dienst houden is niet meer mogelijk. Dat betekent dat een werknemer altijd na (maximaal) drie jaar van tijdelijke contracten een vast contract moet krijgen. De vele uitzonderingen per sector, nu vastgelegd in cao’s, verdwijnen.
  4. Nul-urencontract en oproepcontract worden vervangen door een contract met vaste uren per kwartaal.
  5. Uitzendarbeid beperkt tot ‘piek en ziek’. Als een uitzendkracht aan de slag gaat bij de opdrachtgever, mag hij hier nog maar drie in plaats van vijf jaar werken.
  6. Een uitzendkracht per direct ontslaan mag alleen nog in het eerste jaar. Dit is nu nog in anderhalf jaar.
  7. Interne wendbaarheid: de werkgever mag onder voorwaarden de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20 procent verlagen bij slechte  bedrijfseconomische omstandigheden.
  8. Er moet een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komen.

Wilt u meer weten over personeelsbeleid, ontslagbeleid en aannamebeleid? Volg dan de cursus OR en personeelsbeleid. In 2 dagen praten we u bij en gaat u aan de slag met het personeelsbeleid van uw organisatie.

Actualiseer de RI&E

Door corona is het werk voor veel bedrijven drastisch veranderd. Hoe geeft de bestuurder de nieuwe manieren van werken vorm in de organisatie? En hoe zorgt hij dat de organisatie voorbereid is op gezondheidsrisico’s? De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) geeft u inzicht in de risico’s van onder andere thuiswerken, virussen en werkdruk in de werkomgeving. Hieruit volgt een plan van aanpak om maatregelen te nemen. Precies wat u nodig heeft om voorbereid de toekomst in te gaan. De OR en PVT hebben grote invloed op de RI&E. Zij hebben instemmingsrecht als hij wordt gewijzigd. Veel organisaties moeten de RI&E aanpassen aan de nieuwe situatie. Slechts 45% van de werkgevers heeft een actuele RI&E. De rest heeft een verouderde risico-inventarisatie of helemaal geen inventarisatie.

Week van de RI&E 

Brancheorganisaties, opleiders, arbodiensten en andere intermediairs organiseren in de Week van de RI&E speciale activiteiten om aan de slag te gaan met de RI&E. Tijdens deze  Week staat het belang van de risico-inventarisatie en –evaluatie voor gezond en veilig werk centraal. Veel werkgevers denken dat arbo een kostenpost is, terwijl het ook veel op kan leveren. Gezonde en veilige arbeidsomstandigheden zorgen namelijk voor een hogere tevredenheid van de werknemers, een hogere productiviteit en lagere verzuimkosten. Het is dus van belang om de risico’s goed in kaart te brengen met de risico-inventarisatie. Deze moet centraal staan in het arbobeleid. De Week van de RI&E stimuleert werkgevers om hiermee aan de slag te gaan.

Op de agenda

Uw ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging kan initiatief nemen om de risico evaluatie op de agenda te zetten. De Week van de RI&E is een goede aanleiding om dit onderwerp weer eens te bespreken met de bestuurder. Bespreek de RI&E en stel voor om mee te doen met de actieweek. Deze wordt gehouden van 21 tot en met 25 juni 2021. Als uw organisatie mee wil doen dan kunt u meer informatie vinden op een speciale website.

Als u meer wilt weten over arbo en de risico’s op het werk kunt u onze arbocursus volgen. U leert hoe u aan de slag kunt gaan met het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in uw organisatie. Deze cursus wordt 6 keer per jaar gegeven.